Jij ook een lekke band? KEROL weet precies hoe dat voelt: „Helemaal kut”
- Nina Dijkstra
- 14 mrt
- 4 minuten om te lezen

Muziek, biertje erbij en klagen maar. De Tilburgse band KEROL weet wat mensen verbindt. En KEROL zelf? „Dat is een organische machine. Gewoon lekker gaan. Wat er gebeurt, dat gebeurt!”
KEROL zingt over lekke banden, natte sokken en alles wat het leven soms even helemaal kut maakt. Met scheurende gitaren en harde drums tillen Loek (29), Jaimy (27) en Hidde (28) het klagen naar een hoger niveau.
Toch is dat niet het eerste waar ik aan denk wanneer frontman Loek met een brede glimlach en een typerend rood sjaaltje online tegenover mij zit.

KEROL? "Ja Kerel! Met een O dus!"
Zwart-wit in emoties. Grijs in genre. Een gestolen mengpaneel: da's pas klote. Mooi verhaal wel. "Heerlijk niet serieus!" Serieus goed. Altijd pech. Gelukkig maar.
Waar begon het klagen van KEROL?
Voor Loek begon het twee jaar geleden als een noodzaak.
„Ik merkte dat ik tegen een heleboel dingen aanliep. Zelfs kleine dingen konden mijn dag verpesten,” geeft hij eerlijk toe.
Tegelijk weet hij dat het niet altijd leuk is om naar iemand te luisteren als je het zo droog op je bord krijgt. Laat staan om zelf degene te zijn die het zo brengt.
„Ik wil hier iets mee,” beseft hij. „Ik ga er muziek bij maken. Mijn geklaag omzetten in liedjes over de kleine dingen die ik gewoon héél vervelend vind of écht niet begrijp.”
„Mijn geklaag omzetten in liedjes over de kleine dingen die ik gewoon héél vervelend vind of écht niet begrijp.”
„Zoek uit wat je leuk vindt. Er zijn geen regels.” Dat sprak Loek wel aan toen hij in 2013 begon aan de Herman Brood Academie (Utrecht). Dat idee bleef hangen. En werd uiteindelijk ook de basis voor KEROL: „Het moet organisch zijn. Niet te veel nadenken volgens theoretische regels. Het moet gewoon lekker klinken. En leuk zijn,” voegt hij lachend toe.
De band ontstond net zo organisch. Loek en bassiste Jaimy speelden eerder samen in het muziekduo Winston Blue en waren daardoor al volledig op elkaar ingespeeld. Loek leerde Hidde kennen via muziektheorie, toen hij het eerstejaarsvak van de Rockacademie (Tilburg) moest overdoen.
Muziektheorie? Toeval?
„Je wordt ermee doodgegooid op de Rockacademie,” vertelt Loek met een nors gezicht alsof hij zich weer even terug waant.
Die houding hoor je ook terug in de punkenergie van KEROL: „Een hele grote fuck you naar alles en iedereen die het niet goed genoeg vindt om welke reden dan ook.”
„We spelen wat in ons opkomt. Toevallig klinkt het zo.”
Moet er een label op? De muziek neigt eerder naar Nederrock. Of, zoals Loek hardop bedenkt: „Nou ja, we spelen wat in ons opkomt. Toevallig klinkt het zo.”
Deze mate van toeval hoor je terug in sommige lyrics: „Op de momenten dat het zwaarder weegt, is er een factor die mijn vrijheid ontneemt.” Of: „Zet een stap in het verleden. Oh, ik weet nog hoe dat plakt.” Hoor ik hier melancholische levensvragen?
Niks is minder waar: „Mijn fiets. Ik heb echt vaak problemen met mijn fiets. Het is een oud roestend ding.” En stappen in een beetje water? „Tja, dit heb ik vaker gedaan. Ja, die sok die plakt dan gewoon.”
Geen doelbewuste beladenheid dus. Eerder een toevallige, artistieke keuze om dagelijkse frustraties mooi te verwoorden. „Ik denk dat dit het voor mij interessant maakt om teksten te schrijven. Om nuance op te zoeken. Niet gewoon: ‘Mijn sok is nat. Vervelend.’”
Heeft KEROL áltijd pech?
Veel inspiratie komt inderdaad uit het dagelijks leven van het muziektrio. „Vooral hier in Tilburg lijkt er een soort black hole te zijn waar alle problematiek van de NS naartoe wordt gezogen.”
Maar ook de luisteraars dragen bij aan de alsmaar groeiende klaagdatabase. „Wij hebben onze eigen problemen, maar onze luisteraars net zo. Onze muziek gaat juist ook om verbroedering en samenkomen. Als wij de luisteraars niet betrekken bij het schrijven van de liedjes, dan valt dat weg.”
De luisteraarsbijdrage kan soms ook confronterend zijn: „Zeg Loek, ben jij nou gewoon altijd boos of ben ik te vrolijk?” Ai. Daar moest Loek even over nadenken.
“Kom ik écht over als een boos joch?”
„Nu heb ik mijn ding gezegd. Nu gaan we weer door.”
Noem het klagen met passie. Daar zijn de andere bandleden ook niet vies van. Maar minstens zo belangrijk als lekker zeiken over shit, is weten wanneer het klaar is:
„Nu heb ik mijn ding gezegd. Nu gaan we weer door.”
En hoe?!
Met verse chaos in EP-vorm „Jammer dat het fout gaat”, sinds 30 januari te beluisteren. Wat begon
als een van de eerste nummers van KEROL, werd hun mantra.

Een mantra die een breed publiek aanspreekt. Jong, verrassend genoeg. „Er is geen garagerock of punk voor jongeren. Het wordt al snel beladen over dingen die ze niet snappen. Maar natte sokken en lekke banden? Dat snappen ze!”
Wat dat betreft weet KEROL hun passie te verwezenlijken: „Het liefste willen we mensen bereiken,” zegt Loek. „Laten weten dat het oké is om even te klagen. Om ergens boos om te zijn.”
Dat mensen daarvoor zélf van Amsterdam naar Tilburg afreizen? Loek lacht. Blijkbaar zit een compliment soms gewoon in daden, niet in woorden. Alhoewel…
Als het publiek roept: „Ja, mijn fiets is ook altijd stuk!” glundert Loek: herkenning, precies waar KEROL het om doet.


Opmerkingen